nlenfrdeplroes
maandag 24 september 2018 13:29

Den Aerdbrand, voormalig stukje natuur

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Aerdbrand in Maarheeze.

De naam Aerdbrand zal menig oudere of van middelbare leeftijd uit Maarheeze wellicht nog iets zeggen. Jongeren hebben er zelfs nog nooit van gehoord. Waarom niet? Omdat het al lang geen onvervalst stukje natuur meer is, zoals het in de vijftiger jaren nog wel was. Nu zie je er alleen nog maar de groene weiden met de koeien van Robbert van Lendt. Het kleine busselke zoals ze hier zeggen, oftewel een groepje bomen, is het enige wat doet herinneren aan den Aartbrand (Erdbrand in het dialect). Al het water dat er toen stond is helemaal opgedroogd. Voorheen was er een groot ven. Het was een behoorlijk groot stuk natuur. Plusminus 4/5 hectaren groot, heb ik me laten vertellen. En waar kon je dat onvervalste stuk natuur in Maarheeze dan vinden?

Den Aerdbrand was gelegen aan de grens van het Limburgse landschap Kempenbroek. Nog wel net op Brabantse bodem, behorende bij de gemeente Cranendonck onder Maarheeze. Aan de Rijksweg die parallel loopt aan de A2 richting Weert. Op de hoek van de boerderijen van voorheen de familie Mulder en van de familie Van Lendt. De familie Mulder is er al langere tijd vertrokken, een braak stuk grond herinnert aan vergane jeugd van deze familie. Bij de buren, in dit geval Piet Rooijakkers in de tuin, vind je het enige plasje water dat er in de Aerdbrand nog te vinden is. In de vorm van een aangelegde vijver. Als je over de A2 voorbij suist kijk je er heel snel overheen.

aardbrand 1

Rond de tweede wereldoorlog en nog jaren daarna was het een stukje indrukwekkende natuur met zompige bodem, grassen bosschages en bomen, vooral berken. Natte grond, met een groot stuk water. Uitmondend in een groot ven van het gebied “Den Aardbrand. Hier hebben in het verleden vele Maarheezenaren hun vrije tijd wel eens doorgebracht. Vissen vangen, en wellicht heeft daar zo nu en dan, een paartje, elkander beter leren kennen. Er liepen herten rond, je vond er padden, kikkers en hagedissen, libellen, hommels en bijen, en natuurlijk (Het moest niet muggen) MUGGEN. Alles wat nu ook nog aan kleine insecten rond kruipt en vliegt in Maarheeze en omgeving.

In die gezellige jaren vijftig, als pa en moe de zondagsrust opzochten, de jeugd uitwaaierde naar alle windrichtingen, om na het lof in de Gertrudiskerk, van hun vrijheid te gaan profiteren. Ziet u het zich al voor u, in halflange, zondagse pof-boksen, zoiets als wat men nu een bermudabroek noemt, degelijk van stof, dat dan weer wel. Gemaakt door onze plaatselijke kleermaker Harrieke Himbergen. Afzakkende kniekousen, galgen, (om de broek op te houden letterlijk uiteraard) en niet compleet zonder je eigen pet natuurlijk. Je probeerde in zo`n onbewaakt zondags ogenblik, het verweerde bootje, dat daar lag, aan de modderige kant te hengelen. En stukje varen op het troebele water, naar de oneindige diepte staren, was uiteraard een avontuur van fantasie voor zo`n jonge gast, dat kunt u zich voorstellen. Den Aardbrand waar menig buurjongen zoals die van, Heezen, van Gansewinkel, Mulder, van Lendt, Verbruggen, Heesterbeek, Rooyakkers, van den Bosch, van der Linden en van Mierlo, te vinden waren in hun jonge tijd. Meisjes kwamen er natuurlijk niet zo vaak . Alleen als ze stiekem konden ontsnappen aan, de alles ziende ogen van nieuwsgierige dorpsbewoners. Die hielden immers, buiten de ouders, wel de ogen open. Al was het maar om iets te praten te hebben. En als er dan iets bijzonders te ontdekken viel (zoals een meisje in den Aerdbrand) was die nog niet jarig, zeker niet als je nog in de tienerjaren verkeerde. Er was weinig nieuws in het dorp om over te praten in die jaren. Elke kleinigheid kon zo worden opgeblazen tot iets groots. Men dacht toen aan je reputatie. Een net meisje ging niet over de tong. Er was nog geen internet en sociale media. Gelukkig bleven de dorpsroddels daardoor binnen de dorpsgrenzen.

Uitzondering vormden de kinderen van de aangrenzende buurtbewoners die de Aerdbrand in hun achtertuin hadden liggen en er zodoende ook hun speeltuin in vonden. Bij de familie Mulder hadden de kinderen bijvoorbeeld een touw over het water gespannen waar de jonge Muldertjes regelmatig aanhingen. Wedstrijdje wie het eerste te water ging, was een favoriete sport. Door de Aerdbrand liepen ten minsten twee flinke sloten die goed werden benut in de winter om er te schaatsen, dan wilde men immers kilometers maken en het ijs horen zingen. De sloot kwam uit op de bosloop,in de volksmond de Aa genoemd, aan de ruilverkavelingsweg. De doorgaande weg van Maarheeze naar Budel.

aardbrand 2

Helaas is het er niet meer, dat stuk natuur. Herten hebben plaats gemaakt voor koeien. Zelfs de naam is al vervaagd in de omgeving. Alleen de ouderen uit de omgeving spreken nog met respect over dit stuk herinnering van weleer. De tand des tijds heeft de Aerdbrand weggevaagd naar het verleden Er komt een tijd dat alleen de oudheidkunde nog zal spreken over dit deel van Maarheeze. Aangeduid op oude landkaarten. Van dat stukje Maarheeze dat, nu nog voor sommigen, persoonlijke herinneringen oproept aan mooie warme fijne zondagmiddagen. Men zou met zo`n stuk natuur, nu zeker voorzichtiger omspringen wat de overheid betreft, maar helaas voor de Aerdbrand is het te laat. Het bestond eeuwen, blijf op papier waarschijnlijk wel bestaan, maar door de mensheid verdwijnt het anno 2018 naar de rubriek geschiedenis. Hoeveel eeuwen de Aertbrand daar ongerept heeft gelegen is niet te achterhalen. Op internet kun je er nu al niets van terug vinden. Wikipeda heeft het zelfs niet in zijn bestanden staan. Googelen leverde weinig op. Een stukje uit Naamkunde Jaargang twee Liturgie en Taal uit 1970, beschrijft het onderstaande; Uiteraard voor diegene die dit interessant vinden.

Voor Burst in Oost-Vlaanderen zocht Mansion (Voornaamste Bestand deelen) aansluiting bij een woord bors-, burs- dat ‘stekelharen van dieren’ en ‘dicht kreupelhout’ zou hebben betekend. Carnoy, zowel in zijn ‘Origines des noms des communes de Belgique’ s.v. Borsbeek, Borsbeke en Burst, als in Mededelingen XXVII (1951) herleidt deze, en andere, namen met bors- eveneens tot een woord dat kreupelhout moet hebben betekend. C. Tavernier-Vereecken toont zich in haar ‘Gentse Naamkunde van ca. 1000 tot 1253’,door deze hypothesen echter niet overtuigd en is eer geneigd in Burst en Borsbeek een onverklaarde waternaam te zien.

Het tweede element van Den Aardborst, eertijds een ven ten noorden van Vessem, wordt door De Bont (Dialect van Kempenland, III, potentieel opgevat als verband te houden met barst waardoor de naam zoveel als ‘aardbreuk, aardkloof’ zou betekenen.

Of het woord aarde in deze, geologische, zin in het dialect van Kempenland voorkwam of voorkomt, heb ik in deel II van De Bont's werk niet kunnen vaststellen, maar ik vraag mij af of in de naam Aardborst niet eer het woord èèrd zit zoals dat in West-Brabant voorkomt in èèrdhoop, een hoop met plantenafval en dgl. die men laat rotten en als strooisel of mest gebruikt(e). J. Goossenaerts geeft in ‘De taal van en om het landbouwbedrijf in het noordwesten van de Kempen’, aarde 3 en 4 dezelfde betekenis.

Ik neig hiertoe te meer omdat het, gezien de samenstelling met brand, toch wel ditzelfde aard zal zijn dat zit in namen als den Aardbrand, een akker te Wintelre, den Ärdsbrant, een voormalig ven in de hei te Oerle, en den Esbrand (uit Erdsbrand), een voormalig ven te Dommelen (alle vermeld bij De Bont, Hieraan is nog toe te voegen het Aardbrandsven bij Budel.

Valt er nog toe te voegen dat men hier in bovenstaande artikel spreekt van de Aardbrandsven, terwijl men volgens Piet Rooyakkers schrijft “Den Aerdbrand”. Er is zelfs een bedrijfsnaam verbonden aan dit verdwenen, onvervalst stukje Maarheeze. Tja herinneringen. Mooi om aan terug te denken, maar geen werkelijkheid meer.

Thea van den Bosch

Gelezen: 5830 keer Laatst aangepast op vrijdag 28 september 2018 20:26

1021 reacties

Laat een reactie achter

De redactie houdt het recht alle opmerkingen zonder mededeling te verwijderen.